|
Labrador retrievers
zijn ingedeeld in groep VII
van de FCI als niet-staande jachthonden. Ze dienen het geschoten wild te
vinden en te apporteren zonder het daarbij te beschadigen. Mensen die
een labrador als huishond hebben, hebben er geen idee van hoe fijn het
is een labrador retriever als jachthond te hebben. En toch is bijna
iedere labrador tot op zekere hoogte in staat om te worden opgeleid tot
jachthond omdat het instinct dat zij hebben om voorwerpen te apporteren
generaties lang is versterkt. In 1904 verschenen de eerste labradors op
een field trial en sindsdien zijn ze er niet meer weg te denken.
Apporteren zit de labrador retriever in het bloed. Het is aan ons om hem
dat te leren doen op commando, zonder dat hij zich laat afleiden door
wat er verder nog gebeurt op het jachtterrein.
De labrador retriever is een jachthond die in actie komt "na het schot"
Een
werkende labrador moet in optimale conditie verkeren en de juiste aard
en temperament hebben voor de verschillende disciplines. Hij moet moedig
genoeg zijn om in dichte begroeiïng door te dringen en om onder alle
omstandigheden en over allerlei soorten terreinen te apporteren. Soms is
het essentieel dat de hond het geschoten wild zelfstandig weet te vinden
(verloren apport) en het bij de voorjager te brengen. Een andere keer
moet hij dan weer in staat zijn enkel op aanwijzingen van zijn baas
(dirigeren) tot bij het wild zien te komen. Labrador retrievers staan
tevens bekend om hun uitstekend markeringsvermogen (onthouden van de
valplaats). Een goed getrainde labrador moet in staat zijn meerdere
valplaatsen te kunnen onthouden en die dan te kunnen apporteren in een
volgorde die de voorjager bepaald. Bovendien beschikt hij nog over een
excellent reukvermogen. Maar bovenalles is de labrador retriever een
uitstekende zwemmer die er niet voor terugdeinst ook bij winterse
temperaturen te water te gaan.

Labradors zijn uitstekende zwemmers



|