Het werk van een labrador bestaat hoofdzakelijk uit apporteren. Deze jachthond komt in actie na het schot en mag pas op aangeven van zijn voorjager apporteren. Retrievers hebben hiervoor een natuurlijke aanleg die door selectief fokken generaties lang is behouden en zelfs is versterkt. Voor diegenen die een labrador wensen die later vlot apporteert gaan dus best hun licht eens opsteken bij een kennel die dit jachtkenmerk hoog in het vaandel draagt. Mede door deze eigenschap en zijn will to please is de labrador retriever niet alleen een gewaardeerde jachthond, maar is hij ook zeer gewild als hulphond, waar zijn apporteertalent zeer geappricieert word. Apporteren zit deze honden in het bloed. Aan ons om dit in goede banen te leiden zodat onze labrador kan uitgroeien tot een betrouwbare jachtgezel.

       
                                                                                                                Labradors zijn geboren apporteurs

Werkwijze

Reeds op vroege leeftijd kunnen we onze labradorpup de eerste beginselen van het apporteren bijbrengen. Natuurlijk gaan we dit doen op een voor de hond aangename en plezierige manier. Wat gaan we apporteren ? In de handel zijn diverse canvas dummy's verkrijgbaar in allerlei kleuren, maten en gewichten. Voor een labradorpup zijn de "puppy-dummy's" ideaal. Later kan men overschakelen op een groter model of zelfs een eenden- of fazantendummy.
 

       
                                 puppy dummy                                                                canvas dummy                                                             eenden dummy
 

Om onze pup te leren apporteren kiezen we een rustige en overzichtelijke plaats uit. Terwijl we zelf gehurkt zitten, zit de pup links van ons. Met onze linkerhand houden we onze hond tegen door een lichte druk uit te oefenen op zijn borst. In de andere hand houden we een puppy dummy die we op een speelse manier voor de hond heen en weer bewegen. Als de hond alert genoeg is gooien we de dummy enkele meters voor de pup uit. Wanneer de hond geen druk meer uitoefent op onze linkerhand geven we hem het commando "apport". Op deze manier leert de hond dat wanneer hij rustig is mag apporteren. Een volwassen hond kunnen we "slippen", als de hond niet in de lijn hangt mag hij apporteren. Onze labrador zal de dummy aanzien als een buit. Honden met veel will to please zullen de dummy al snel terugbrengen naar zijn geleider. Anderen zullen met hun "buit" weglopen of langs de baas  heenlopen. Dit gedrag moeten we echter trachten te vermijden. Probeer de hond naar je toe te lokken door een enthousiaste stem te gebruiken. Je kan ook aanstalten maken om van de pup weg te lopen. In vele gevallen zal de hond achter je aankomen. Nooit  zelf achter de hond aangaan ! Hij zal dit dan helemaal gaan ervaren als een spelletje. Wanneer de hond je voorbij rent is het oefenen in een smalle doorgang dikwijls een goede oplossing. Maak tevens ook gebruik van het fluitsignaal (2x fluiten). Is de hond eenmaal bij ons maken velen de fout om de dummy (buit) onmiddellijk af te nemen. Laat de hond de dummy nog even vasthouden en beloon ondertussen uitbundig. Doe in de beginfase niet meer dan een tweetal apportjes per dag. Als het goed gaat kan je eens een ander terrein uitkiezen, zo hou je het voor jezelf en de hond interessant. Later kan je gebruik maken van een helper die voor jou de dummy gooit. Ook de afstand kan je nu beetje bij beetje vergroten. Mocht de hond toch vertrekken voor je het commando apport gegeven hebt (dit noemt men "inspringen") geef je helper dan de opdracht de dummy terug op te pakken. Een hond die inspringt mag nooit succes hebben. Ook de tijdspanne tussen het vallen van de dummy en het bevel tot apport kan je nu verhogen.
 

         

      

 


_______________________________________________________________________________________
© Labradorworld - labrador retrievers. All Rights Reserved |   Powered by HMwebdesign