|
Wanneer de
hond door omstandigheden niet heeft kunnen markeren, maar de voorjager
wel de precieze valplaats van het wild/dummy kent zal de hond naar het
valgebied geleid (gestuurd) worden. De hond zal in een rechte lijn
uitgestuurd worden en mag deze pas verlaten wanneer hij door de
voorjager afgestopt word en hij het commando krijgt in een andere
richting verder te gaan. Bij een dirigeerapport word gebruik gemaakt van
arm- en fluitsignalen waarop de hond correct dient te reageren zodat hij
het jachtgebied niet onnodig verstoort.
Werkwijze
Afstoppen
Eerst en
vooral dient de hond het commando zitten op het fluitsignaal goed te
beheersen. Dit hebben we reeds besproken op een vorige pagina. Nu gaan
we hem dit ook leren te doen op afstand. Geef de hond wat vrijheid op
een overzichtelijk terrein. Is hij eenmaal op een redelijke afstand van
je verwijderd ( in de begin fase is enkele meters reeds voldoende) geven
we het "zit" commando (1x fluiten) samen met een opgestoken arm.
Reageert de hond niet onmiddellijk, dan meteen naar hem toegaan en hem
terugbrengen naar de plaats waar het bevel gegeven werd en het commando
herhalen. Wanneer hij gaat zitten uiteraard goed belonen. Als alles naar
wens verloopt kan je de afstand geleidelijk vergroten.
Een andere manier is, de hond in zit achter te laten en er afstand van
te nemen. De hond dan het commando geven om te komen (2x fluiten) en
halfweg het zit signaal te geven. Telkens op dezelfde manier als
hierboven reageren wanneer het bevel niet onmiddellijk uitgevoerd word.
Deze oefening echter niet al te vaak herhalen. De kans bestaat immers
dat de hond minder snel naar je toe zal komen omdat hij toch verwacht
van afgestopt te worden.
Om deze oefening voor de hond interessant te houden geven we hem als hij
afgestopt is, al eens een apport links of rechts van hem. Een andere
keer kan
je dan weer eens de hond tot helemaal bij jou fluiten. Op deze manier
zal hij leren van op te letten en naar zijn voorjager te kijken wanneer
hij afgestopt is, om te vragen wat er precies van hem verlangt word. En
dit is toch tenslotte het beoogde resultaat dat we wensen te bereiken.

Vooruit sturen
We gaan nu onze hond aanleren om rechte lijnen te lopen. We
gebruiken hiervoor het commando "vooruit". Bij deze oefening maken we
gebruik van natuurlijke hulpmiddelen zoals een bosweg, haag of een
boskant. Ook nu gaan we gebruik maken van fel gekleurde dummy's. We
stappen een eindje (een 10 tal meters is in de beginfase voldoende) met
de hond naast ons. Geef het zit-fluitsignaal en gooi in het zicht van de
hond een dummy. Keer nu terug naar je vertrekpunt en zet de hond aan de
voet in de richting van de dummy en geef het bevel "vooruit". De manier
van inzetten is uitermate belangrijk ! Zorg er ten eerste voor dat je
hond netjes op netjes op één lijn zit met de dummy. Breng nu je hand
naast het het hoofd van de hond en bouw een lichte spanning in. Pas als
de hond goed oplet geef je het commando en strek je je arm in de
richting van de dummy. Door een slechte houding aan te nemen maken
sommigen de fout de hond met hun lichaam uit de lijn te duwen. Als alles
goed gaat kan je in plaats van 1 dummy, 2 of 3 dummy's op een 2 tal
meter achter elkaar gooien. Hier wel opletten dat de hond niet wisselt
van dummy, anders de oefening blijven uitvoeren met 1 dummy. De hond zal
na ieder apport immers weten dat er nog wat te halen valt. Je kan nu ook
de afstand tussen de hond en de dummy's trapsgewijs vergroten. Ook kan
je de combinatie vooruit sturen/afstoppen eens uitproberen. Je fluit de
hond halfweg in zit (liever nog wat vroeger, anders bestaat de kans dat
hij "door de fluit" gaat en verder doorgaat naar de dummy) en zorg
ervoor dat hij met het aangezicht naar jou toe zit. Niet vergeten van
het zit-gebaar (opgestoken arm) te maken. Je brengt nu je rechterarm wat
omlaag en met een snelle maar duidelijke beweging weer omhoog samen met
bevel "vooruit". Wanneer ook dit vlot gaat kunnen we het eens "blind"
proberen. Je verdwijnt met je hond uit het gezichtsveld en een helper
legt voor jou de dummy neer. Ook hier weer beginnen met korte
afstanden. Uiteindelijk moet de hond een rechte lijn kunnen lopen van
100-150 meter. In een laatste fase kunnen we overschakelen naar een
terrein waar geen natuurlijke hulplijnen meer aanwezig zijn. Bv. een
open terrein met een middelmatige begroeiïng. De praktijk leert echter
dat sommigen deze stap te vroeg zetten. De oefeningen moeten echt
degelijk gekend zijn alvorens over te stappen naar een hogere
moeilijkheidsgraad.




Links & rechts dirigeren
We gaan nu onze labrador op afstand een bepaalde richting (links
of recht) leren lopen door middel van armsignalen. We kiezen een
locatie uit met een erg lage begroeiïng en waar ook een natuurlijke lijn
aanwezig is, zoals een heg, boskant zelfs een schutting kan voldoen. We
zetten onze hond met het aangezicht naar ons toe en gaan zelf op een 3
tal meter afstand staan. We geven het commando om te blijven en gooien
een dummy op een 5 tal meter rechts van de hond. We brengen onze
rechterarm met open handpalm in verticale stand (blijven) zetten een
stap naar rechts en brengen onze arm horizontaal samen met het commando
"apport". Als alles goed gaat gooien we eens een dummy links van de hond
en gaan op dezelfde wijze te werk. Later kunnen we het proberen met 2
dummy's en de hond dan deze willekeurig laten apporteren. Wanneer ook
dit vlot gaat kunnen we de afstanden geleidelijk aan vergroten. Mocht de
hond toch een foute richting uitgaan, dan onmiddellijk reageren met
"neen". Hem terug naar de plaats van vertrek brengen en opnieuw
proberen. Zorg ervoor dat je hond geen succes heeft als hij je commando
niet correct uitvoert. Nu kunnen we de moeilijkheidsgraad opvoeren door
de dummy's van te voren klaar te leggen (blind). Geef nu ook het
zoeksignaal (korte fluittonen achter mekaar) als de hond in de directe
buurt van de dummy komt. Ook hier weer beginnen met korte afstanden.
Tenslotte kunnen we gaan combineren : vooruit sturen, afstoppen, links
of rechts dirigeren en trainen op locaties waar geen natuurlijke
hulplijnen meer aanwezig zijn.

|