|
Markeren is
het zien vallen van het wild/dummy en het onthouden van de valplaats. Is
een hond niet aandachtig, zal hij ook niet kunnen markeren. De hond word
uitgestuurd op commando, gaat in een rechte lijn tot in het valgebied,
neemt het wild/dummy op en komt in een rechte lijn terug naar de
voorjager. Om het valgebied te kunnen bepalen trekken we een
denkbeeldige cirkel rond de valplaats. Bij een lage begroeiïng en op
korte afstand zal deze zeer klein zijn (de hond kan immers het
wild/dummy bijna zien liggen). Over een verre afstand en bij een
dichtere begroeiïng zal het valgebied iets uitgestrekter zijn. Hier
dient men ook rekening te houden met de windrichting.
Werkwijze
We maken gebruik
van een helper die voor ons de dummy opgooit en hierbij geluid maakt.
Om te beginnen houden we de afstand relatief klein (ongeveer 15m). Maak
tevens gebruik van fel gekleurde dummy's zodat het voor de hond
eenvoudiger is zich te fixeren op de dummy. Kies ook een terrein uit met
een erg lage begroeiïng, zodat de hond de dummy kan zien en nog niet
zozeer zijn neus zal moeten gebruiken. Wacht in de beginfase niet te
lang alvorens het bevel tot apport te geven anders bestaat de kans dat
de aandacht van de hond zal verzwakken en bijgevolg zijn markeerpunt zal
kwijt zijn. Als alles vlot gaat kan je de afstand geleidelijk vergroten.
Doe dit echter niet te snel, anders zou de hond fouten kunnen gaan maken
en zijn we terug bij af. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de
hond een markeerpunt kan onthouden over een afstand van een 100 tal
meter. Ook de wachttijd tussen het vallen van de dummy en het commando apport kunnen we nu opvoeren. Wanneer de hond het valgebied verlaat of
zelfs niet bereikt, geef je helper dan de opdracht de dummy snel weer op
te rapen zodat de hond bij het maken van fouten geen succes kent. U
fluit de hond terug en probeert het opnieuw.
Een belangrijke taak in deze oefening is weggelegd voor de helper. Het
is van groot belang dat de dummy hoog en duidelijk word opgegooid. Zeker
bij verre afstanden is dit een must. Het gooien kan best ook
voorafgegaan worden door een schot. De hond zal dit al gauw associëren
met "opletten er gaat iets vallen". Een ander aspect waarmee rekening
gehouden moet worden is de windrichting. Het eenvoudigst voor de hond is
het markeren met zijwind. Hij hoeft dan enkel de rechte lijn te volgen
tot wanneer hij verwaaiïng krijgt. Later kan er geoefend worden met wind
achter en tegenwind. Als alles degelijk gekend is kan je het niveau wat
omhoog halen door je eens te wagen aan een twee- of zelfs drievoudig
markeerappport, een markeerapport met afleiding of een markeerapport met
hindernis. Ook je terreinkeuze zal een grote invloed hebben op de
moeilijkheidsgraad van de oefeningen.
|